
Ruud van der Velden (60) staat op nummer 2 van de kandidatenlijst van Vrede voor Dieren. Ruud woont samen in Rotterdam en omschrijft zichzelf als iemand op wie ‘Niet lullen maar poetsen’ van toepassing is. ’Ik heb een sterk rechtvaardigheidsgevoel, kan goed luisteren, laat mensen in hun waarde, ik ben een natuurliefhebber, heb brede interesses, respecteer dieren, ben gek op kunst, cultuur en architectuur en ik geniet ervan om in onbekende steden rond te dwalen.’
Waar ben je geboren en opgegroeid?
‘Ik ben geboren in hartje Amsterdam, maar toen ik een peuter was, verhuisden mijn ouders met mij naar Rotterdam. Dus daar ben ik opgegroeid en ik woon er nog steeds met veel plezier. Rotterdam is diep geworteld in mijn leven en is onlosmakelijk verbonden met wie ik ben. Opgegroeid in een Rotterdam dat nog overal de littekens toonde van het Duitse bombardement van mei 1940. En tegelijkertijd hard aan de wederopbouw werkte. Daar komt ook mijn liefde voor wederopbouwarchitectuur vandaan.’
Wat waren je ambities?
‘Eigenlijk heb ik niet echt uitgesproken ambities gehad. Ik was altijd meer van de levensfilosofie van Wim T. Schippers, dat het leven nergens op slaat. Dus ik zag wel wat het leven bracht. Als je maar wel iets doet waar echt je hart ligt. Voor mij is dat kunst en het strijden voor de rechten van dieren en de natuur.’
Hoe stond je als kind tegenover dieren?
‘Ik beschouwde dieren al als gelijkwaardig en vond dat wij hen in hun waarde moesten laten. Mijn broer had een blauwe vinvis op zijn muur getekend en daarbij opgeschreven hoeveel exemplaren er nog wereldwijd waren. Dit prachtige dier was toen bijna uitgestorven. Sindsdien heb ik een grote liefde voor dit dier. Als kind kwam ik wel eens in Diergaarde Blijdorp en dat vond ik toen al niet leuk. Een beer in een kuil, tijgers in hele kleine kooitjes, apen in piepkleine verblijven etc. Het voelde alsof ik op bezoek was in een dierengevangenis. Ook een bezoek aan het Dolfinarium vond ik vreselijk. Die prachtige, intelligente dieren die in een zwembadje kunstjes moesten vertonen voor de bezoekers! Als kind vond ik het helemaal niet leuk. Het leukste is toch om dieren in hun natuurlijke omgeving te zien. Ik kan erg genieten van vogels. Daarom kan je mij regelmatig in Zeeland of op de Waddeneilanden vinden.’
Hoe ziet je carrière er tot dusver uit? Wat doe je momenteel?
‘Ik ben ondernemer. In 2007 ben ik mijn eigen kunsthandel gestart. Dus inmiddels alweer 18 jaar… Goh, de tijd gaat snel! Daarnaast ben ik gemeenteraadslid voor Vrede voor Dieren in Rotterdam.’
Wat betekent ‘vrede’ voor jou?
‘Vrede betekent voor mij dat je kan zijn wie je bent. En een situatie van harmonie tussen mensen, culturen en landen. Waar vrijheid van meningsuiting bestaat. Dat je van mening mag verschillen. Maar het is ook voor mij dat er harmonie is tussen mens, dier en de natuur. ‘
Is vrede voor jou verbonden met liefde voor dieren?
‘Ja. Ik kan het één niet los zien van het ander. Echte vrede begint met zorg voor al het leven. Mensen moeten dieren in hun waarde laten, respecteren en met hen in harmonie leven. Liefde voor dieren leidt tot een samenleving die gezonder en rechtvaardiger is.’
Sommige mensen kiezen volmondig voor dieren, anderen kiezen voor dieren in het grotere verband van dieren, milieu en natuur. Wat drijft jou vooral?
‘Ik kan heel slecht tegen onrecht. Helaas ervaar ik dat dieren nog steeds veel onrecht wordt aangedaan. Niet alleen de dieren in het wild van wie de leefomgeving op grote schaal verwoest wordt maar vanzelfsprekend ook de dieren in intensieve veehouderij. Ik wil mensen bewust maken van dit onrecht. En met hart en ziel strijden tegen het onrecht dat dieren wordt aangedaan.’
Hoe ben je bij Vrede voor Dieren terecht gekomen?
‘Als Rotterdamse gemeenteraadsfractie hebben wij ons bij Vrede voor Dieren aangesloten.’
Wat heeft gemaakt dat je je aansloot?
‘Ik kom bij de Partij voor de Dieren vandaan. Ik vond al langer dat het overstijgend belang van de dieren niet meer op één stond. Met de plotselinge militaristische draai van de partij en het meegaan in de oorlogsretoriek, kon ik niet leven. Van vredesactivisten naar oorlogsactivisten. En dit zonder eerst te overleggen met de leden. Het stond ook niet in het door de leden vastgestelde verkiezingsprogramma. Wapens worden uitgetest op dieren en daarna veroorzaken ze dood en verderf bij mensen, dieren, de natuur, het klimaat en de aarde. Dat kon ik niet verdedigen. Ik ben trouw gebleven aan mijn idealen.’
Hoe ‘voelt’ het nu om erbij te horen?
‘Heel fijn! Zo blij dat ik bij Vrede voor Dieren weer kan strijden voor mijn idealen. Voor de dieren, voor vrede en tegen de bio-industrie.’
Stel dat er twee zetels gekozen worden en dat je mee kan doen in de Tweede Kamer, wat is dan het eerste dat je zou doen?
‘Vanzelfsprekend strijden voor de rechten van dieren. En de lobbymacht aanpakken. Te beginnen met de agro-industrie en de wapenindustrie. In Rotterdam is het mij gelukt om, als eerste stad in Nederland, een lobbyregister en lobbyparagraaf aangenomen te krijgen, dus ik popel om hiermee in de Tweede Kamer aan de slag te gaan… Verder blijf ik hopen dat mijn droom ooit gaat uitkomen en dat er een einde komt aan het verschrikkelijke dierenleed in de bio-industrie en dat ik ooit nog een blauwe vinvis in het echt mag zien!’
